De eeuwige strijd tegen de verslaving

msterdam Institute for Addication Research sprak onlangs Richard Thijsen, loodgieter in Amsterdam. Thijsen vertelt het verhaal over zijn cocaïneverslaving omdat hij wil dat meer mensen de gevaren en de moeilijkheden van zijn strijd leren kennen.

Thijsen’s strijd begon in 2007. Hij had een succesvol loodgietersbedrijf met meerdere mensen in dienst. Een stabiele thuissituatie met een vriendin die voor hun twee kinderen zorgde terwijl hij zorgde voor brood op de plank. “Maar toen kwam de crisis” zegt Thijsen. “Er werden geen verbouwingen meer gedaan, alles moest zo goedkoop mogelijk. Meerdere bedrijven gingen over de kop en een boel loodgieters werden daardoor noodgedwongen ZZP’er. Die gingen direct met mijn klanten en tarieven concurreren.”

“Onze omzet daalde van de ene week op de andere week met 40%” Dat was het moment dat Thijsen in contact kwam met cocaïne. “Ik kon het niet meer bijbenen en moest meerdere mensen ontslaan. Mijn financiële reserves raakte snel uitgeput en ik zag geen andere weg dan werkdagen van 14 uur te maken. Zo kon ik tegen een lager tarief toch nog voldoende omzet binnenhalen. Cocaïne hielp me op de been. Ik bleef er fris en scherp door en kon werken totdat ik er letterlijk bij neer viel.”

De thuissituatie van Thijsen verslechterde. Hij was nauwelijks nog thuis. En de momenten waarop Thijsen wel thuis was, stonden bol van ruzie. Zijn vriendin wist dat er iets aan de hand was maar kon de vinger nog niet op de juiste plek leggen. Zijn vriendin dacht altijd dat hij zo was omdat hij die lange dagen maakte. Ze was niet op de hoogte van zijn verslaving.

Financieel leek alles nog voor de wind te gaan, maar niets was minder waar. Thijsen’s rekeningen bij leveranciers liepen op. Zijn betalingsmoraal ging naar beneden. Ze hadden hun bestedingspatroon niet verandert aan de veranderende omstandigheden van de crisis. En de verslaving kostte Thijsen veel meer dan hij door had.

“Op een dag had ik mijn grootste leverancier aan de lijn hangen. Hij wilde vandaag geld zien, anders ging hij stoppen met leveren. Dat was een ramp voor me. Zonder de spullen van die leverancier kon ik mijn klanten niet meer bedienen. En ik had het geld niet om hem te betalen. Ik vulde het ene gat door het creëren van een volgend gat.  Maar dit gat was niet meer te dichten. Dat was het moment dat ik wist dat er iets moest veranderen.”

Thijsen klopt aan bij de gemeente voor het krijgen van verslavingszorg. Hij ontsloeg al het overgebleven personeel. Hij kon de zorgen voor ze niet meer opbrengen. Het was daarnaast maar de vraag of hij daardoor geld verdiende of het hem juist meer kostte. Hij had in die tijd het overzicht niet meer. “Het besluit om mijn mensen te ontslaan heb ik genomen met pijn in het hart. Maar ik kon niet anders. Wie zichzelf niet kan leiden, kan zijn personeel zeker niet leiden. Het was het moeilijkste besluit dat ik ooit heb genomen. Maar ook het beste besluit dat ik kon nemen.”

Zijn leven werd overzichtelijker. Hij kon aankloppen bij een vriend die hem een lening wilde verstrekken. Zo kon hij de leveranciers betalen en alsnog blijven werken. De verslavingszorg van de gemeente gaf hem handvatten om van de cocaïne af te blijven. “Door de stress en het harde werken was het logisch dat ik een stimulant nodig had. Cocaïne hield me op de been. Maar een pleister plakken op een oude wond is nooit een goed idee.” De verslavingszorg bood me cognitieve gedragstherapie. Daardoor heeft hij zijn leven kunnen leven veranderen. En doordat zijn leven veranderde kon hij afscheid nemen van zijn verslaving.

Zijn relatie heeft het helaas niet overleefd. De vriendin van Thijsen kende hem op een gegeven moment niet meer terug. “Ze had gelijk” zegt Thijsen. “Ik was totaal de weg kwijt. Ik maakte beslissingen voor ons gezin waarbij ik mijn vriendin had moeten betrekken. Maar dat deed ik niet. Ik ging mijn eigen weg op. Maakte beslissingen die de gezinssituatie dermate onder druk zette. En mijn vriendin snapte niet waarom.”

Naast de verkeerde beslissingen, was de sfeer bij hem thuis niet meer te genieten. Thijsen kwam laat thuis. Communiceerde nog amper met zijn vrienden. Hij was kortaf. Sliep veel en deed thuis bijna niets meer. “Ik kon het haar nooit vertellen dat ik verslaafd was” zegt Thijsen. “Ze had me voor gek verklaard, maar ik kon niet anders. Ik moest zorgen dat er elke dag brood op de plank was.”

Achteraf gezien had hij meteen eerlijk moeten zijn en vertellen wat er aan de hand was. “Dat was misschien nog wel mijn domste fout” verklaard Thijsen. “Ik had veel minder hooi op mijn vork moeten nemen. Veel sneller pijnlijke beslissingen moeten maken voor mijn bedrijf. Dat had me veel kopzorgen gescheeld. En waarschijnlijk was ik niet eens in aanraking gekomen met cocaïne. Maar dat is achteraf.”

“Ik heb dat inzicht gekregen door de verslavingszorg, Het gebruik van de cocaïne was een gevolg van de keuzes die ik maakte in mijn leven.”

Thijsen heeft afscheid genomen van zijn bedrijf en is opnieuw gestart als ZZP loodgieter. Zijn dagen zijn overzichtelijk. Hij haalt elke dag voldoende omzet binnen om van te leven en hij neemt niet te veel hooi op zijn vork. “Wie weet kom ik ooit nog eens een leuke vrouw tegen. Tot die tijd blijf ik gewoon weer lekker mijn vak uitoefenen.”

Het verhaal achter de verslaving

 

The Amsterdam Institute for Addication Research vindt het belangrijk om naast het vele onderzoek dat zij uitvoert naar patiëntgericht verslavingsonderzoek en een drijvende kracht te zijn achter een verslavingsbehandeling die is gebaseerd op wetenschappelijke kennis en onderzoek, ook meer achtergrond te geven bij waarom we hier mee bezig zijn.

Het is niet alleen belangrijk om op een wetenschappelijke manier bezig te zijn met verslavingszorg. Het is even zo belangrijk om de menselijke maat, het menselijke aspect, in ogenschouw te nemen. Om die reden is het AIAR gestart met het publiceren van een serie verhalen over verslaafden. De eerste is hier gepubliceerd.

We hopen de komende periode meer van dit soort verhalen te kunnen delen met het grote publiek. Het maakt ons werk meer menselijk. En we hopen op die manier ook het effect van ons onderzoek meer duiding te kunnen geven.

Uiteindelijk doen we het allemaal om ervoor te zorgen dat mensen met een verslaving, die zo snel mogelijk onder controle krijgen en opnieuw op een normale manier door het leven kunnen gaan. Ons onderzoek biedt daarvoor de handvatten.

Met het publiceren van dit eerste verhaal, willen we ook andere verslaafden oproepen hun verhaal met ons te delen. De eerste persoon die zijn verhaal deelde vond het niet erg om met naam en toenaam genoemd te worden. Het anoniem publiceren van een verhaal behoort echter ook tot de mogelijkheden. Zo lang het AIAR het maar kan verifiëren.

We hebben daarnaast een oproep geplaatst bij de Universiteit van Amsterdam bij de afdeling van het Amsterdam Brain and Cognitive Sciences (ABC) om de personen die daar onderzocht worden te informeren over de mogelijkheden die er bestaan om hun verhaal hier te doen. De eerste geïnteresseerden hebben zich reeds gemeld.

Een secundaire reden waarom het AIAR zich bereid heeft gevonden de verhalen van verslaafden te delen, is omdat zij verwacht dat dit ook een positief effect kan hebben op de kans op terugval. We zijn in gesprek met het ABC van de UvA om te kijken of we hier een onderzoek voor op kunnen starten en de resultaten hiervan op een later moment kunnen publiceren.

 

Voor nu is het primaire doel van dit project om verslaafden een platform te geven hun verhaal te vertellen. De gemeente Amsterdam  is blij met het initiatief. Woordvoerder Marjolijn van Goethem over het initiatief: “Amsterdammers zijn gebaad bij het leren van inzichten van andere mensen. Er is een grote kwetsbare groep in Amsterdam die met dit soort initiatieven het juiste pad kan blijven volgen.”

 

Ondertussen heeft het AIAR een project opgestart om te kijken of dit initiatief landelijk kan worden uitgerold. Er zijn meerdere verslavingsinstanties in Nederland die interesse hebben getoond in het initiatief van AIAR. “We zijn op dit moment aan het kijken hoe en in welke vorm we dit verder zouden kunnen uitrollen” aldus Prof. Dr. Hans Knol, een van de onderzoekers verbonden aan het AIAR.