Zorg onderzoek

Zorg Onderzoek

1. Kwaliteit in verslavingsbehandelingen
Doel van het onderzoek:
Het vinden van een empirische basis voor ‘kwaliteit’ van behandelingen in de verslavingszorg. Het specificeren van aspecten van kwaliteit om daarin maatstaven te ontwikkelen.

Onderzoeksvragen:
De kwaliteit van de behandelingen in de verslavingszorg is slechts voor een deel vast te stellen met objectieve maatstaven. De meeste kwaliteitsaspecten zijn subjectief. Die subjectieve aspecten zijn niet onafhankelijk van de waarnemer. Het onderzoek wil vaststellen welke subjectieve aspecten er onderscheiden kunnen worden en hoe er consensus bereikt kan worden over die aspecten.

Resultaten:
Nog niet beschikbaar.

Literatuur/ Publicaties:
Nog niet beschikbaar.

2. Evaluatie van de invoering van aantoonbaar werkzame behandelmethoden in Nederlandse instellingen voor verslavingszorg
Doel van het onderzoek:
Het evalueren van het succes van ‘evidence based’ (aantoonbaar effectieve) verslavingsbehandelmethoden en het vaststellen van de stimulerende of remmende factoren voor het invoeren van die methoden, door te observeren hoe de werkwijze van behandelaars verandert.

Onderzoeksvragen:
Veranderen hulpverleners hun werkwijze in het kader van een reorganisatie waarbij een tweetal nieuwe behandelmethoden moet worden aangeleerd en ingevoerd? Welke aanpak van de organisatie werkt het beste en welke intermenselijke- team- en organisatorische factoren spelen daarbij een rol?

Resultaten:
Nog niet beschikbaar.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

3. Ontwikkeling en invoering van een systeem van indicatorsysteem bij een instelling voor verslavingszorg
Doel van het onderzoek:
Het ontwikkelen en in gebruik nemen van een systeem van indicatoren dat beknopte, specifieke en relevante informatie verschaft aan managers van behandelafdelingen. Voor de indicatoren moeten concrete doelen gesteld worden. Per kwartaal en per jaar moeten de resultaten gevolgd en gecontroleerd worden.

Onderzoeksvragen:
Hoe moet een systeem van indicatoren voor een verslavingsinstituut worden opgezet en georganiseerd? Welke specifieke en kritische indicatoren zijn er? Wat is de beste procedure voor evaluaties? Hoe ontwikkelen de resultaten zich over een periode van vijf jaar?

Resultaten:
Er werden vijf kritische indicatoren vastgesteld: Opname’s, productiviteit, uitval, ziekteverzuim en kosten. Daarnaast werden nog specifieke indicatoren vastgesteld voor de afzonderlijke afdelingen. Er werd een procedure ontwikkeld voor rapportages per kwartaal met een vaste vorm met daarin onder meer trends, doelen en prognoses. Het systeem werd bij evaluaties positief beoordeeld en het bleek bovendien bij een aantal afdelingen positieve resultaten op te leveren.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

4. Kwaliteitsindicatoren voor een instituut voor verslavingszorg: resultaten van een ‘Concept Mapping’ strategie
Doel van het onderzoek:
Een raamwerk vaststellen van kwaliteitsindicatoren ten behoeve van instellingen voor verslavingszorg. Daarbij wordt de ‘concept mapping'(in kaart brengen van ideeën) -methode gebruikt om overeenstemming tussen betrokkenen te bereiken.

Onderzoeksvragen:
Er bestaan verschillende modellen voor ‘kwaliteit’, maar die zijn niet gebaseerd op empirisch onderzoek. Hoe ziet zo’n model er uit voor een instituut voor verslavingszorg als dat wordt gegenereerd door de betrokken zelf?

Resultaten:
Het resultaat was een tweedimensionaal raamwerk met als polen van de ene dimensie Processen en Resultaten en als polen van de andere dimensie Efficiënte behandel- en preventieprogramma’s. Binnen dat raamwerk konden acht clusters worden onderscheiden. De belangrijkste factor bleek: Efficiënt behandelkader, Effectieve dienstverlening, Doelgroep, en Kwaliteit van leven. Het belangrijkste van de 73 stellingen/ factoren was Patiëntentevredenheid.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

5. De tevredenheid met het werk van het personeel van de Jellinek, instituut voor verslavingszorg
Doel van het onderzoek:
Er is een verband tussen tevredenheid van het personeel over hun werk en de tevredenheid van patiënten. Zodoende is het van belang om inzicht te krijgen in de mate van tevredenheid en de motivatie en in de factoren die daarop van invloed zijn. De resultaten van het onderzoek zouden gebruikt moeten worden om trends waar te nemen en om verbeteringen in te voeren die de tevredenheid kunnen vergroten.

Onderzoeksvragen:
Er is door Hackman en Oldham een model ontwikkeld voor arbeidstevredenheid, van waaruit door Biessen and De Gilder de BASAM vragenlijst is ontwikkeld. De vragenlijst bestaat uit 21 schalen en 100 vragen waarmee de volgende vragen beantwoord worden: – Hoe worden de kenmerken van het werk beoordeeld? – Wat zijn de behoeften van het personeel? – Over welke aspecten van het werk is de tevredenheid hoog of laag? – Hoe beoordeelt men de werkdruk?

Resultaten:
Van elk team binnen de Jellinek is een BASAM-profiel gemaakt waarin de antwoorden op de vier hoofdvragen en de 21 schalen worden weergegeven. De belangrijkste conclusies voor de hele Jellinek zijn: – Het personeel voelt zich verantwoordelijk en ervaart het werk als zinvol en belangrijk. – Het personeel is zelfstandig. De leiding wordt positief beoordeeld. – Er is te weinig structuur en regulering. – De werkdruk wordt als hoog ervaren. – Het profiel vertoont geen verandering over een periode van vier jaar.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

6. De opinie van de Nederlandse bevolking over de geestelijke gezondheidszorg en de verslavingszorg.
Doel van het onderzoek:
Er zijn geen cijfers over de mening van de Nederlandse bevolking over de geestelijke gezondheidszorg en de verslavingszorg. Dit onderzoek is bedoeld om erachter te komen hoe de Nederlandse bevolking deze zorg beoordeelt.

Onderzoeksvragen:
De volgende vragen komen aan de orde: Heeft de Nederlandse bevolking vertrouwen in de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg? Hoe denkt met over het personeel? Wat voor beeld heeft men van de instellingen? Wat voor rapportcijfers worden er gegeven?

Resultaten:
De Nederlandse bevolking geeft de geestelijke gezondheidszorg en de verslavingszorg het rapportcijfer 5.8. 45% tot 70% van de bevolking heeft vertrouwen in de zorginstellingen en zou daar, indien nodig, voor hulp aankloppen. 55% tot 75% heeft vertrouwen in het personeel. De beeld van de zorg is positief. De meerderheid van de bevolking ziet het personeel als vriendelijk, flexibel en creatief.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

7. EFQM kwaliteitsbeoordeling van instellingen voor verslavingszorg
Doel van het onderzoek:
Er bestaan nog geen instrumenten om de kwaliteit van een verslavingsinstelling te beoordelen. Het doel van het onderzoek is om een instrument te ontwikkelen afgeleid uit het EFQM model en om dat instrument te gaan toepassen bij de Jellinek en bij twee Duitse verslavingsinstellingen.

Onderzoeksvragen:
Hoe wordt er gescoord op de negen criteria van het EFQM(European Foundation for Quality Management)-model bij de Jellinek en bij de twee Duitse verslavingsinstituten? Welke verbeteringen zijn er wenselijk op grond van die kwaliteitsbeoordeling?

Resultaten:
Voor de Jellinek zijn de resultaten: Het beleid scoort goed (50%). Leiderschap, personeel en middelen worden positief beoordeeld. De verschillende werkwijzen scoren zeer hoog (60%). Klantentevredenheid is laag (10%). Resultaten zijn redelijk (40%). Er zijn 42 projecten voor verbetering voorgesteld.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

8. Evaluatie en invoering van richtlijnen voor toewijzing aan behandelingen in Nederlandse instellingen voor verslavingszorg.
Doel van het onderzoek:
Het evalueren van de resultaten van het invoeren, van ‘evidence-based’ (aantoonbaar werkzame) richtlijnen voor toewijzing aan behandelingen. Dit gebeurt door het maken van vergelijkingen tussen kenmerken van de patiënten bij binnenkomst, de mate waarin ze meewerken aan hun behandeling en de behandelresultaten achteraf.

Onderzoeksvragen:
Leidt het invoeren van richtlijnen die gebaseerd zijn op aantoonbare resultaten tot werkbare en klinisch relevante toewijzingen aan behandelingen in de verslavingszorg? Wordt die invoering gestimuleerd door 1) automatisering van de gegevensverwerking; 2) terugkoppeling van de resultaten aan de behandelaars die de toewijzingen deden; of 3) terugkoppeling door experts op dit gebied naar aanleiding van deze gegevens? Welke factoren werken stimulerend of juist belemmerend bij het invoeren van deze toewijzingsrichtlijnen?

Resultaten:
Nog niet beschikbaar.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.