Psychobiologisch onderzoek

Psychobiologisch onderzoek

1. Kinderen van alcoholisten: voorspellende factoren voor het ontwikkelen van psychopathologie en van verslaving
Doel van het onderzoek:
Vaststellen van factoren die voorspellend zijn voor het ontwikkelen van psychopathologie en van verslaving bij kinderen van alcoholisten. Dit project omvat een psychopathologisch, een biochemisch en een biologisch deel.

Onderzoeksvragen:
Het psychopathologische deel van het onderzoek is beschrijvend en gericht op de invloed van sekse, van psychiatrische comorbiditeit bij de ouders, en van de alcoholismegeschiedenis in de familie op de aanwezigheid van psychopathologie bij kinderen van alcoholisten. Het biochemische deel richt zich op de activiteit van adenylate cyclase in bloedplaatjes. Deze activiteit is minder in bloedcellen van alcoholisten en voormalige alcoholisten dan in controlegroepen. Bovendien is gebleken dat het afremmen of blokkeren van deze stof bij dieren leidt tot meer behoefte aan drugs.
Het biologische deel onderzoekt een mogelijke relatie tussen de A1 allel van het dopamine D2 gen en de P300. De P300 is een kenmerk van alcoholisme.

Resultaten:
Uit het biochemische deel van het onderzoek is gebleken dat de activiteit van adenylyl cyclase in bloedplaatjes bij kinderen van alcoholisten aanzienlijk minder is dan bij andere kinderen. Deze verminderde activiteit kan zodoende fungeren als een kenmerkende aanwijzing voor gevoeligheid voor alcoholisme.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.

2. Pathologisch gokken en gebrekkige zelfcontrole: een neuropsychologische benadering
Doel van het onderzoek:
Pathologisch gokken kan beschouwd worden als een gevolg van een stoornis in de zelfregulering, waarbij verschillende cognitieve processen betrokken zijn. Dit onderzoek richt zich met name op inhibitie en executief functioneren bij gokverslaving. Om de specificiteit van verminderde zelfregulering bij pathologisch gokken na te gaan zal een vergelijking worden gemaakt met de prestaties van mensen met een stoornis in de impulscontrole (volwassenen met ADHD, syndroom van Gilles de la Tourette) en mensen met een alcoholverslaving. Het vergelijken van cognitief functioneren bij pathologische gokkers en deze groepen zal mogelijk ook inzicht geven in de classificatie van pathologisch gokken als een verslaving of als een stoornis in de impulscontrole.

Op het basale niveau van zelfregulering kan een verminderde inhibitie veroorzaakt worden door een mild disfunctioneren van het septo-hippocampale systeem (SHS), dat voor zelfregulering zorgt met betrekking tot beloning en straf; dysfunctioneren van dit systeem zorgt voor impulsief of ontremd gedrag (Gray, 1987). Op het complexere niveau van executieve functies kan gokverslaving het gevolg zijn van een beperking in respons modulatie of strategisch handelen.

Deze studie beoogt na te gaan welke processen van zelfregulering verstoord zijn bij gokverslaving en welke invloed beloning en straf hierop heeft. In experimentele taken die beide niveaus van zelfregulering meten, zal na worden gegaan of er verschillen zijn tussen gokverslaafden en een controlegroep, waarbij gevarieerd wordt met belonings-, neutrale, en bestraffingscondities.

Lichamelijke arousal wordt gezien als een belangrijke mediërende factor bij (dis)inhibitie in geval van beloning of bestraffing en bij verminderde responsmodulatie. Daarom zal lichamelijke arousal gemeten worden door middel van huidgeleiding en variabiliteit in hartritme, betrokken bij respectievelijk het parasympatische en sympatische zenuwstelsel.

Onderzoeksvragen:
Twee hypotheses zullen getest worden:
Gebrekkige zelfcontrole bij pathologische gokkers hangt samen met verminderde cognitieve functies op een hoger niveau, bijvoorbeeld een zwak beoordelingsvermogen of slechte planning;
Gebrekkige zelfcontrole bij pathologische gokkers hangt samen met verminderde cognitieve functies op een lager niveau, bijvoorbeeld een afwijkende gevoeligheid voor beloning en/ of straf.

Resultaten:
Nog niet beschikbaar.

Literatuur/ Publicaties:
Nog niet beschikbaar.

3. De neurobiologische, psychofysiologische en klinische kenmerken van verschillende mechanismen die leiden tot craving om te drinken bij alcoholisten
Doel van het onderzoek:
Vaststellen welke neurobiologische mechanismen een rol spelen bij ‘craving’ (trek/ drang om te drinken) en welke rol psychofysiologische reacties daarbij spelen. Een tweede doel is te zoeken naar klinische kenmerken van de verschillende mechanismen die in de toekomst gebruikt kunnen worden om verschillende typen (anti-craving-)medicatie te koppelen aan patiënten.

Onderzoeksvragen:
Leidt het gebruik van naltrexon en/ of acamprosaat tot vermindering van craving bij alcoholisten die drinken vanwege de beloning (de ‘kick’) en bij alcoholisten die drinken om stress te verminderen?
Vertonen die twee typen alcoholisten psychofysiologische reacties op blootstelling aan prikkels die met alcohol te maken hebben en worden die reacties beïnvloed door naltrexon en/ of acamprosaat?
Kunnen gunstige effecten van naltrexon of acamprosaat voorspeld worden aan de hand van klinische kenmerken van patiënten?

Resultaten:
Nog niet beschikbaar.

Literatuur/ publicaties:
Nog niet beschikbaar.